De teelt van Amerikaans kersen, het hout van vogelkers, kan een meerwaarde betekenen in bossen waarin de soort geaccepteerd wordt. Hierbij is het belangrijk gebruik te maken van de snelle kroonexpansie en diametergroei in de jeugdfase, tot de leeftijd van 45 a 50 jaar. Met betrekking tot teeltdoel, kwaliteitseisen en diameter; de stam moet noestvrij, recht en zo dik mogelijk zijn. Prijzen zijn gelijk aan de prijs van zoete kers. Bij de verjonging van vogelkers op droge zandgronden is het belangrijk om, teneinde een vochttekort te vermijden, verjonging onder scherm of na groepenkap toe te passen. Bij natuurlijke verjonging kan bodembewerking de vestiging vergemakkelijken, bijvoorbeeld bij een dichte kruidlaag. Teelt van vogelkers in menging met ander boomsoorten is aan te bevelen vanwege risicospreiding. Met betrekking tot bescherming en verpleging van jonge vogelkersen; in een menging is het meestal niet nodig de jonge vogelkersen tegen vraat te beschermen. Bij hoge vraatdruk kan een plantkoker of veegspiraal geplaatst worden.

Het selecteren en opvolgen van opties is gewenst wanneer het aantal goedgevormde boompjes, ofwel opties, minder dan 2 per are is. Een aantal van 2-2,5 per are (200-250/ha) is voldoende. Hieruit volgen dan circa 40 tot 50 toekomstbomen. Kies voor goedgevormde vitale voorlopers met een rechte stam en doorgaande spil. Geselecteerde opties worden licht vrijgesteld indien de topscheut concurrentie ondervindt. Met betrekking tot bestaande verjonging; alle vogelkersen met een rechte, gezonde stam en een doorgaande spil zijn geschikt voor de teelt van kersenkwaliteitshout. Vogelkersen hebben, zeker in het begin, veel licht nodig en indien het kronendak zich boven de toekomstbomen dreigt te sluiten is ingrijpen noodzakelijk; een lichtschacht boven de toekomstboom van minimaal 10m diameter is wenselijk.

Omslagpunt en selectie toekomstbomen; vanwege de snelle jeugdgroei moet, zeker op arme zandgronden, de sterke kroonuitbreiding in deze jeugdfase benut worden. Stel vogelkers dan ook zeer vroeg in de stakenfase vrij, wanneer ¼ van de verwachte boomhoogte overwegend takdood is. Als vogelkers het omslagpunt gepasseerd is en voorkomt als struiklaag of tweede boomlaag zijn de voor de teelt van kwaliteitshout ongeschikt. Het best worden deze bomen onderplant met opvolgersoorten en blijven ze staan totdat de hoofdopstand verjongd wordt. Met betrekking tot het snoeien van vogelkersen is het belangrijk dat dode takjes gesnoeid worden omdat ze vrij lang aan de stam blijven zitten. Levende takken moeten gesnoeid worden voordat ze kernhout gaan vormen. Snoeien kan het beste in fasen, om de vorming van waterlot te voorkomen. Het vrijstellen van toekomstbomen gebeurt voorzichtig op het begin (vanwege de eerder genoemde waterlot) en vervolgens wordt de kroon om de drie jaar volledig vrijgesteld.

Een samenvatting van de teeltrichtlijnen vindt u hier.