In menging is bescherming van de jonge vogelkersen tegen vraat niet nodig
omdat daar andere boom- en struiksoorten eerder worden afgevreten. Alleen bij hoge vraatdruk, bijvoorbeeld door een kudde runderen of schapen, worden ook de vogelkersen beschadigd. Wel worden jonge vogelkersen door het ree geveegd. Eenvoudige individuele bescherming van de best gevormde boompjes biedt dan uitkomst. Het meest effectief is het plaatsen van een plantkoker. Minder effectief maar veel goedkoper is het aanbrengen van een veegspiraal om het boompje.

In de open fase is vrijstellen van vogelkers meestal alleen nodig bij de ontwikkeling van uitgebreide dichte braamstruwelen. In de dichte fase ondervinden vogelkersen weinig hinder van andere boom- en struiksoorten.