Volwassen vrij opgegroeide vogelkersen hebben een kroon van 1,5 à 2 are.
Wanneer de kroonuitbreiding in de jeugdfase optimaal benut wordt, zijn 40 tot 50
toekomstbomen per hectare voldoende. Wanneer op de verjongingseenheid het aantal
goedgevormde boompjes onder de 2 per are dreigt te zakken, is het zinvol om opties,
potentiële toekomstbomen, te selecteren en licht vrij te stellen indien de topscheut
concurrentie ondervindt. Zo’n 200 à 250 opties per hectare is voldoende. Kies bij deze
selectie voor goedgevormde vitale voorlopers met een rechte stam en doorgaande spil 54, 56. De opties worden het makkelijkst geselecteerd wanneer de verjongingseenheid
gemiddeld menshoog is, ofwel zodra je onder de kronen door kan lopen. Naast juvenielen
uit zaad kan ook voor opslag op stobben dunner dan 25 cm gekozen worden indien de stamvorm voldoet 57. Stobbenopslag is net zo geschikt voor het telen van kwaliteitshout als zaailingen en groeit de eerste 20 tot 30 jaar bovendien sneller 38. Wel is het zaak om de stobben in de dichte fase op enen te zetten.

Waak er tijdens het opgroeien van vogelkersopties voor dat de topscheut niet beschaduwd
raakt. Zijdelingse beschaduwing door bijvoorbeeld een sneller groeiende ruwe berk en lariks of slecht gevormde vogelkers leidt tot een schuine aanzet van de topscheut en later tot een kromme stam.

Controleer de opties met een zekere regelmaat, bijvoorbeeld om de 3 jaar, en stel
indien nodig de topscheut vrij. Grijp hierbij steeds zo min mogelijk in en doe dit door
te knippen, te breken of af te zetten. Te sterk vrijstellen in deze fase stimuleert
waterlot. Bovendien worden de kronen breed en bloeit de boom vroeg en uitbundig.
Stortregens, sneeuw en het gewicht van de vruchten kunnen dan een einde maken
aan de mooie stamvormen. Om efficiënt te kunnen werken is het aan te bevelen op
regelmatige afstand een verzorgingspad aan te leggen.