Vogelkersen die dicht opgroeien, vormen dunne zijtakken die onder de schaduwdruk
snel afsterven. De dode takjes blijven vrij lang aan de stam zitten en moeten,
voor een optimale stamkwaliteit, verwijderd worden. Zie de moeizame overwalling
van de niet verwijderde dode takstompen op foto 9.2 (foto volgt). In een ongemengde vogelkersverjonging of in menging met opvolgersoorten zal slechts zelden een levende zijtak gesnoeid moeten worden. In menging met berk, lariks of grove den zal dat vaker
noodzakelijk zijn.

Snoei levende takken voordat ze kernhout gaan vormen. Kernhout kan niet worden
afgegrendeld en vormt zo een bron voor schimmelinfecties. Het risico op schimmelinfecties neemt sterk toe vanaf een takdiameter van 5 cm 199. Aanbevolen wordt, net als bij zoete kers, te snoeien voordat de zijtak 3 cm dik is 184. Juli en augustus zijn de
aangewezen snoeimaanden. Snoeien in de rustperiode is niet aan te bevelen omdat
de wond dan niet afgegrendeld kan worden en snoei in het voorjaar stimuleert de
vorming van waterlot. Vermijd bij het gebruik van een ladder dat deze met de scherpe
kant tegen de stam staat om beschadiging van de jonge bast te voorkomen 199.