De vogelkers is een uitheemse boomsoort, want zij is door de mens geïntroduceerd
op een plaats buiten haar natuurlijke verspreidingsgebied. De vogelkers is volledig
ingeburgerd149, en plant zich in het wild succesvol voort. De vogelkers is in deze
zin te vergelijken met het konijn 150 en de mispel (Mespilus germanica) 151. De vraag of de aanwezigheid van exoten een negatief dan wel positief effect heeft op de biodiversiteit
is niet altijd eenduidig te beantwoorden en is voornamelijk afhankelijk van het schaalniveau waarop de vraag gesteld wordt. Wanneer inheemse organismen afhankelijk zijn van een specifieke waardplant, zoals de hulstvlieg (Phytomyza ilicis) van de hulst (Ilex
aquifolium), heeft de achteruitgang van die betreffende waardplant directe gevolgen
voor de biodiversiteit. Ook is het zo dat er minder inheemse soorten geassocieerd zijn
met uitheemse boomsoorten, maar dat betekent niet dat de biodiversiteit op landschapsschaal per se afneemt wanneer deze uitheemse soorten geïntroduceerd worden;
deze kan zelfs toenemen 152.

Boomsoorten worden vaak door veel organismen als waardplant gebruikt. Rond de
400 insecten leven samen met de inheemse eik, terwijl dat er voor de Amerikaanse
eik maar een stuk of 10 zijn 153. Maar er zijn ook inheemse soorten zoals hulst en taxus
waaraan slechts enkele soorten gebonden zijn 153. 153 insectensoorten leven samen
met sleedoorn en 58 met lijsterbes 153. Vogelkers wordt, voor zover tot nu toe vastgesteld,
door 177 insecten als waardplant gebruikt. Waarschijnlijk
bieden sommige uitheemse boomsoorten meer levenskansen aan organismen dan
sommige inheemse soorten 154. Recente wetenschappelijke literatuur laat dan ook
zien dat een vegetatie waarin exoten voorkomen niet noodzakelijkerwijze een lagere
soortenrijkdom heeft dan een die alleen uit inheemse soorten bestaat 155. Daar waar
inheemse plantensoorten op kleine schaal soms teruggedrongen worden, blijkt op
landschapsschaal het aantal soorten vaatplanten door de inburgering van uitheemse
soorten juist te zijn gestegen 156.

Hoe langer een soort in een nieuwe regio verblijft, des te meer soorten de nieuwe
soort koloniseren 153. Vanuit evolutionair perspectief zijn de nieuwe boomsoorten nog
maar kortstondig in Europa aanwezig. Toch vinden we nu op bijvoorbeeld
de douglas al 87 geleedpotigen, voornamelijk kevers en vlinders, tegen een
vijftigtal geleedpotigen 130 jaar geleden 157. Het is waarschijnlijk dat ook de vogelkers
in toenemende mate waardplant wordt voor inheemse organismen die vooral geassocieerd
worden met Rosaceae en dan meer specifiek met Prunus-soorten 158, 159.