Het Northern Hardwood Forest is ontstaan uit verjonging na intensieve houtkap, spontane bosontwikkeling op extensief beheerde graasweiden en bosaanleg op gedegradeerde arme bodems. Kijkend naar de oorspronkelijke bossamenstelling; de belangrijkste loofboomsoorten zijn suikeresdoorn, rode esdoorn, Amerikaanse beuk, gele berk, vogelkers, Amerikaanse es, tulpenboom, Amerikaanse linde en Amerikaanse iep. Daarnaast komen de oostelijke hemlockspar en de weymouthden er voor. De belangrijkste pionierboomsoorten zijn de gele berk en de vogelkers. In het hele Northern Hardwood Forest komen verschillende bosgemeenschappen voor, een van de  belangrijkste is de esdoorn-beuken-berkenbosgemeenschap. Verreweg de meeste bossen in het noordoosten van de VS, ook het Northern Hardwood Forest, zijn secundaire bossen. Hiervoor zijn een aantal oorzaken aan te wijzen. Secundair bos door houtteelt; een van de oorzaken zijn de gerichte verjongingsmaatregelen om het aandeel vogelkers te verhogen; hierdoor komt in de esdoorn-beuken-berkenbosgemeenschap nu ook vaak het vogelkers-esdoornbos voor. De ontwikkeling om het aandeel vogelkers te verhogen kwam voort uit de hoge marktprijzen voor kersenhout.

Secundair bos op voormalig grasland; een andere oorzaak voor het ontstaan van secundair bos komt doordat het bos ontstaan is door successie van voormalige graaslanden, met als belangrijkste zaadbronnen de aanwezige houtwallen met een belangrijk aandeel vogelkers. Op landschapsschaal komen in dit secundaire bos alle boomsoorten van het oorspronkelijke esdoorn-beuken-berkenbos voor, zij het dat de pionierboomsoorten sterker vertegenwoordigd zijn.

Secundair bos op voormalig stuifzand; niet op alle verlaten graaslanden kwam de spontane bosontwikkeling even sterk op gang. Op grote oppervlaktes ontstonden zandverstuivingen, die later beplant werden met rode den, weymouthden, struikden en grove den. Hierin zijn soms vogelkersen meegegroeid, nu de meest waardevolle bomen in het bos.