Minder dan 0,5% van de bosgemeenschappen in het noordoosten van de VS
heeft nog zijn oorspronkelijke samenstelling. In het groeigebied van het oorspronkelijke
esdoorn-beuken-berkenbos komt nu vaak het vogelkers-esdoornbos voor. Dit is ontstaan
door gerichte verjongingsmaatregelen om het aandeel vogelkers fors te verhogen 38.
Het oorspronkelijke aandeel vogelkers van om en nabij de 1% nam vanaf de 17de eeuw
sterk toe door de houtoogst. Kaal- en schermkap bevorderden lichtboomsoorten als
de vogelkers en de berk. Kap van individuele bomen bevorderde de esdoorns. Vooral
de beuk ging in aandeel achteruit 46. In de jaren 1960 ontwikkelde en promootte de
staatsbosdienst technieken om vogelkersmonoculturen te creëren die bovendien uit
bomen bestonden met lange rechte stammen. Deze ontwikkeling kwam voort uit de
hoge marktprijzen voor kersenhout die toen het tienvoudige bedroegen van de overige
houtsoorten uit het Northern Hardwood Forest. In de bosgebieden waar deze technieken
toegepast werden, was het aandeel vogelkers tegen 1970 gestegen tot zo’n 20%.
Halverwege de jaren 1990 bestond hier meer dan een kwart van het kronendak uit
vogelkersen. Tegenwoordig is het merendeel van de jonge bomen vogelkers. Hoe dit
bosbeheer toegepast wordt op arme zandgronden komt bij  ‘Teelt van kersenhout op zandgronden‘ aan de orde.