Amerikaans kersen (Prunus serotina) vervangt op de Europese houtmarkt het Europees kersen (Prunus avium), omdat er van deze laatste boomsoort een erg klein aanbod is. Wereldwijd is er een grote vraag naar Amerikaans kersen. Gezien de huidige bosverjonging, waarin vogelkers slechts zelden voorkomt, wordt gevreesd voor een tekort aan kersenhout in de nabije toekomst. De belangrijkste verwerker van vogelkersenhout in New York State, Harden Furniture, is daarom in zijn eigen 5000ha grote boseigendom overgegaan op gerichte verjonging van vogelkers. Hierbij wordt een groepenkap in twee fasen gehanteerd. Hierbij vindt een verjongingskap plaats waarbij 25-30 dikke vogelkersen per hectare als scherm worden gehandhaafd. De soortensamenstelling van de verjonging wordt bijgestuurd door gericht doodspuiten van de ongewenste vegetatie. De vogelkersen in het scherm worden 20 jaar later geveld.

Deze teeltwijze is opvallend eenvoudig; verbeteringen in de teeltwijze zijn mogelijk. USDA Forest Service promoot dan ook een intensiever beheer, waarbij de kronen eerder meer ruimte krijgen. Vooralsnog zien de meeste boseigenaren echter geen nut in deze investeringen en wordt er op de traditionele wijze geoogst. Op korte termijnbieden de uitgestrekte bossen nog voldoende aanbod aan vogelkersen die zijn opgegroeid als eerste bosgeneratie. De bomen uit deze spontane bosontwikkeling en de geteeld bomen zijn zelden recht en bevatten veel noesten. Ondanks de hoge kwaliteitseisen aan kersenhout zijn deze stammen toch bruikbaar. Dit komt doordat de stammen gekort worden (minimale lengte 60 cm) om grote takaanzetten en kromme delen te verwijderen. Daarna wordt het hout verzaagd tot ruwe planken en worden dele met spinthout, noesten etc afgezaagd. De overgebleven foutloze planken worden daarna verlijmd tot balkjes of panelen.