De Noordoost-Amerikaanse teeltwijze van vogelkersenhout is opvallend
eenvoudig en lijkt op het eerste gezicht vatbaar voor sterke verbeteringen. Zowel
in Canada als in het noordoosten van de VS promoot de bosbouwvoorlichting een
intensiever beheer, vergelijkbaar met onze toekomstbomendunning. De USDA Forest
Service noemt dit ‘Crop Tree Management’. De bedoeling is sneller dikkere bomen te
telen door de kronen meer ruimte te geven. Vooral voor pionierboomsoorten met een
snelle jeugdgroei zoals vogelkers en gele berk is dit belangrijk. De vogelkers heeft in
haar jeugd een snelle diametergroei die na 50 jaar sterk afneemt 33, 55-57. Vogelkers kan
het beste vanaf een leeftijd van 12 tot 15 jaar vrijgesteld worden. Vroegtijdig ingrijpen
is gewenst omdat de vogelkers met het ouder worden steeds minder sterk reageert op
dunnen. Na 50 jaar reageert de boomsoort vrijwel niet meer op vrijstellen. Ook jongere
bomen die de concurrentie beginnen te verliezen, reageren slecht op vrijstellen 56, 57.
Vooralsnog zien de meeste boseigenaren echter geen nut in investeringen in het
bosbeheer en wordt er op de traditionele wijze geoogst. Op korte termijn bieden de
uitgestrekte bossen nog voldoende aanbod aan vogelkersen die zijn opgegroeid als
eerste bosgeneratie op de verlaten woeste gronden. De gerichte verjongingskap met
schermbomen en gebruik van herbiciden zijn tot dusver de eerste en enige stappen
naar een meer gereguleerd bosbeheer.