De Prunus serotina, ofwel Black Cherry zoals hij in Amerika genoemd wordt, is het meest verspreid van de inheemse kersensoorten op het Amerikaanse continent en is algemeen in de oostelijke helft van Noord-Amerika. De soort wordt in het noordoosten van de Verenigde Staten tot 38 meter hoog. Met betrekking tot haar rol in bosgemeenschappen; en bodem en klimaatseisen: de vogelkers verdraagt een breed scala aan klimaten en stelt niet veel eisen aan de bodem. In vrijwel alle bosgemeenschappen van de oostelijke helft van het Amerikaanse continent vinden we de Black Cherry, maar slechts in één bostype heeft deze een groot aandeel: de door de mens gecreëerde vogelkers-esdoornbosgemeenschap. Dit type komt vooral voor in de omgeving van de grote meren op de grens van Canada en Noord-Amerika met als kerngebied het Allegheny gebergte ten zuidoosten van het Eriemeer. Hier heerst een koel, vochtig en gematigd klimaat en kent de vogelkers een optimale groei. Deze groeiplaatsomstandigheden verschillen van de omstandigheden in het Noordwest-Europese laagland op het gebied van temperatuur en neerslaghoeveelheid. Er is één groeiplaats in de VS die wel vergelijkbaar is met de omstandigheden in Vlaanderen en Nederland, namelijk de diepe regenwatergevoede zandgronden op de westelijke rand van het Adirondacks plateau in de staat New York. Gezien de klimaat- en groeiplaatsomstandigheden wordt dit gebied, een onderdeel van het Northern Hardwood Forest, dan ook gebruikt als referentiegebied voor een vergelijking met de Noordwest-Europese situatie.