Van de inheemse kersensoorten op het Amerikaanse continent is het verspreidingsgebied van ‘black cherry’ (Prunus serotina var. serotina) het grootst 38. De boom is algemeen in de oostelijke helft van Noord-Amerika. De meest noordelijke vindplaats is de omgeving van de grote meren op de grens van Canada. Richting het westen komt de soort voor tot halverwege het continent en naar het zuiden tot in Guatemala. In het zuidoosten komen nog drie andere variëteiten voor: de ‘escarpment black cherry’ (Prunus serotina var. eximia), de ‘southwestern black cherry’ (Prunus serotina var. rufula) en de ‘green black cherry (Prunus serotina var. virens). De vogelkers (Prunus serotina var. serotina) wordt in het noordoosten van de Verenigde Staten (VS) tot 38 m hoog. De zuidwestelijke variëteiten worden niet groter dan 9 tot 15 m 39. In precolumbiaanse tijden hebben de oorspronkelijke bewoners van het Amerikaanse continent de vogelkers als fruitsoort veredeld en verspreid. Deze vruchtboom, in Engelstalig Amerika ‘capuli’ en in Latijns-Amerika ‘capulín’ genoemd, komt voor van Mexico tot Bolivia.