Het beheer van een bos bestaat uit het maken van keuzes, waarbij verschillende doelen een rol spelen. Vogelkers kan bij deze doelen zowel een positieve als negatieve rol spelen. De kunst is het zodanig sturen van de boomsoortensamenstelling en de bosstructuur dat de gewenste doelstellingen gerealiseerd worden. Dit sturen biedt meerdere opties in de omgang met vogelkers.

Vogelkers is een fase in de bosontwikkeling. In bossen waar veel zaadbomen aanwezig zijn, en voldoende licht, kan vogelkers zich uitbreiden. Dit was het geval in de monoculturen van den in een kaalkapbeheer de afgelopen halve eeuw. Nu zijn bossen gemengder en gelaagder geworden. Echter doordat vogelkers een pionier onder de pioniers is, en door het ontbreken van opvolgersoorten is het aandeel vogelkers nog steeds erg hoog.

Er zijn drie verschillende typen bossen te onderscheiden, met betrekking tot vogelkers.

  1. bossen waarin bestrijden zinvol is, als de aanwezigheid van vogelkers de beheerdoelen hindert.
  2. bossen waarin vogelkers geaccepteerd kan worden, als de soort de beheerdoelen niet in de weg staat, bv bij natuurbeleving als doel.
  3. weerbare bossen, dominante aanwezigheid van vogelkers in bossen kan voorkomen worden door het bos weerbaar te maken, door te sturen in boom-en struiksoortensamenstelling en gelaagdheid. Door de natuurlijke bosdynamiek wordt de vogelkerspopulatie ingeperkt.

Volgende uit deze drie typen bossen komen drie verschillende beheerstrategieën; met behulp van de vragen uit de ‘beslisboom’ kan bepaald worden welke strategie geschikt is.

  1. Bestrijden van vogelkers
  2. Accepteren van vogelkers
  3. Weerbaar maken van bossen