Als vaststaat dat de gekozen beheerdoelen niet verenigbaar zijn met de aanwezigheid van vogelkers, en bestrijden dus de juiste beheerstrategie is, kan begonnen worden met het uitvoeren van de maatregelen. Hierbij is de planning essentieel; er wordt prioriteit gegeven aan niet-weerbare opstanden, met een lage bedekking. Het voorkomen van vestiging is goedkoper dan het verwijderen van vogelkers. De aanpak volgens verloopt in twee fasen. Eerst wordt de zaaddruk verlaagd, door het verwijderen van zaadbomen; dit is meest effectief onder een gesloten kronendak. Door vervolgens het ontwikkelen van een weerbare randzone van enkele honderden meters breed, ontstaat een buffer die de zaaddruk op het kerngebied sterk vermindert. De nazorg daarna kan dan extensiever zijn, maar mag zeker niet verwaarloosd worden.