De bestrijding verloopt in twee fasen: verlagen van de zaaddruk door de (potentiële)
zaadbomen te verwijderen en voorkomen dat vogelkers zich opnieuw vestigt
(nazorg). Verlagen van de zaaddruk en uitputten van de zaailingen- en zaadbank is het meest effectief onder een gesloten kronendak (zie ‘verjonging van vogelkers‘). Zaadbomen vormen dan minder zaad en het overgrote deel van het zaad verliest na een drietal jaar zijn kiemkracht. De vervolgkosten na de bestrijding kunnen sterk beperkt worden door het ontwikkelen van een weerbare randzone van enkele honderden meters breed zonder
vogelkerszaadbomen (zie ‘weerbaar maken van bossen‘). Hierdoor ontstaat een buffer die de zaaddruk op het kerngebied sterk vermindert. De nazorg kan dan extensiever zijn, maar mag zeker niet verwaarloosd worden: incidentele verbreiding door vogels en zoogdieren over lange afstand treedt altijd op en zorgt voor een continue, maar lage, zaadinput.