Als de gekozen beheerdoelen niet verenigbaar zijn met een grote populatie vogelkers, en bestrijden niet wenselijk of (financieel) mogelijk is, ligt het ontwikkelen van weerbaar bos voor de hand. De essentie hiervan is het tot stand brengen van gelaagdheid en het inbrengen van opvolgersoorten.

Tijdelijk weerbaar bos kan gerealiseerd worden door gerichte verjonging en selectie. Vogelkersarme, niet weerbare bossen, zijn gemakkelijk om te vormen naar weerbare bossen; door deze bossen sterk te dunnen, kan zich een struiklaag vormen, en geleidelijk aan een tweede boomlaag. Wanneer deze een volledige bedekking bereiken, is er zo weinig licht beschikbaar dat vogelkers zich niet meer kan vestigen. Selectie op de verjongingseenheid kan hier het aandeel vogelkers terugdringen als dit nodig wordt geacht.

Duurzaam weerbaar bos kan gerealiseerd worden door aanplant. Bij het omvormen wordt toegewerkt naar een bos waarin jonge bomen zich vestigen in de schaduw van de onderetage. Het inbrengen van met name opvolgersoorten is hier de belangrijkste omvormingsmaatregel; deze soorten gaan de bosontwikkeling domineren. Inbrengen kan gebeuren op de verjongingseenheid of onder scherm, individueel of groepsgewijs.

Vogelkers kan ook benut worden. Bij een groot aandeel vogelkers in de struiklaag, tweede boomlaag of kronendank kan de omvorming naar weerbaar bos het eenvoudigste bereikt worden door een volgende generatie vogelkers te accepteren. Verwijderen leidt immers tot massale verjonging van vogelkers. De schaduwdruk van vogelkers neemt met de leeftijd af zodat opvolgersoorten zich kunnen vestigen, voordat er voldoende licht is voor verjonging van vogelkers of het ontstaan van een dichte kruidlaag. De stamvorm, vitaliteit van de kroon en de leeftijd van de vogelkers bepalen naar welke houtkwaliteit gestreefd kan worden.