De paradoxale situatie dat een pionierboomsoort als vogelkers dominant kan zijn in onze bossen, wordt veroorzaakt door het feit dat de meeste aanwezige boomsoorten een nog meer uitgesproken pionierkarakter hebben, zoals berk en grove den. De vogelkers kan zich daardoor in deze bossen als een ‘pseudoclimaxsoort’ gedragen. Dominante aanwezigheid van of grootschalige invasie door vogelkers in bossen kan voorkomen worden door het bos weerbaar te maken. Deze weerbaarheid wordt bepaald door de boom- en struiksoortensamenstelling en de gelaagdheid. Door de natuurlijke bosdynamiek wordt de vogelkerspopulatie ingeperkt. De bosdoelen zijn hier realiseerbaar zonder bestrijding. Zowel structuurrijke, lichte bossen als structuurarme en structuurrijke donkere bossen kunnen weerbaar zijn. Op regenwatergevoede zandgronden onderscheiden we twee typen weerbaar bos. Tijdelijk weerbaar bos en duurzaam weerbaar bos.

Gemengd structuurrijk bos met grove den, lariks, eik, berk, lijsterbes, vuilboom en vogelkers is een voorbeeld van weerbaar bos. De weerbaarheid wordt doorbroken indien er verjongingsmaatregelen plaatsvinden, vandaar: ‘tijdelijk weerbaar bos’.

Duurzaam weerbaar bos bestaat voornamelijk uit opvolgersoorten en is slechts zeer beperkt aanwezig op onze zandgronden. Dit komt door een gebrek aan zaadbomen en versnippering. Toename van het aandeel zaaddragende opvolgersoorten doet de huidige aanwezigheid van vogelkers in deze bossen dalen.