De vogelkers heeft verschillende verjongingsstrategieën. Vogelkers vormt een kortlevende zaadbank; de meerderheid van het zaad kiemt in de eerste twee jaar maar het zaad kan 3 tot 5 jaar kiemkrachtig blijven. Om te kiemen heeft het zaad geen licht nodig, wel minstens vier maanden vochtige en zuurstofrijke omstandigheden. Voor een succesvolle vestiging en overleving is wel licht nodig, en relatief veel licht.

Er is competitie op de verjongingseenheid door de combinatie van boomsoorten, graasdruk en hoeveelheid licht; hierdoor ontstaat er steeds een verschillende soortensamenstelling. In concurrentie met lichtboomsoorten groeit vogelkers minder snel dan berk en den maar overleeft wel. In concurrentie met opvolgersoorten overleeft de vogelkers alleen in voldoende lichte situaties door haar snelle jeugdgroei.

Verjonging van bomen en struiken onder vogelkers wordt hoofdzakelijk gestuurd door licht, de zaaddruk van aanwezige boomsoorten en de graasdruk. Grove den en eik verjongen zich zelden onder vogelkers vanwege het ontbreken van voldoende daglicht. Bij opvolgersoorten komt dit door het ontbreken van zaadbomen. Grazers bevorderen het aandeel vogelkers.

De dynamiek van de vogelkerspopulatie in een bos wordt gestuurd door een viertal factoren te weten de zaaddruk van opvolgersoorten, de zaaddruk van vogelkers, de hoeveelheid licht en de graasdruk. Afhankelijk van het samenspel tussen deze factoren kan er een verschillend bos ontstaan: een tijdelijke climax met vogelkers, een structuurarm open bos of een weerbaar bos.