De schaduwtolerantie van de vogelkers neemt af met de leeftijd. Volwassen
vogelkersen verdragen nog minder schaduw dan jonge boompjes 38. Wanneer de
snelle hoogtegroei na 50 tot 60 jaar afneemt, beschaduwen andere boomsoorten in
toenemende mate haar kroon. Na een jaar of 80 verliezen vogelkersen in het kronendak
de concurrentieslag met zomereiken.

Vogelkersen onder scherm sterven al na 40 tot 60 jaar. De bomen in het kronendak,
meestal grove dennen en eiken, hebben dan nog honderden jaren te gaan. Ook eiken
onder hetzelfde kronendak halen een veel hogere leeftijd en behouden in tegenstelling
tot de vogelkers de capaciteit om na decennialange onderdrukking door te groeien naar
het kronendak. Vogelkersen die vanuit de dichte fase door hebben kunnen groeien
naar het kronendak leven langer. Zij worden in Noordwest-Europa 80 jaar (100, 120) tot 120 en soms zelfs 150 jaar 69. Dit is een korte levensduur in vergelijking met de 200 tot 500 jaar van zomereik en grove den 121. De relatief korte levensduur van vogelkers sluit haar dominantie op lange termijn uit in bossen waar ook andere boomsoorten zich kunnen verjongen 59. Ook in het oorsprongsgebied neemt bij een leeftijd van 80-100 jaar de sterfte van vogelkers snel toe. Haar aandeel in de menging neemt hierdoor snel af 38. Ook zonder de aanwezigheid van schaduwtolerante boomsoorten zal de dominantie van vogelkers in bossen met weinig verstoring daarom afnemen 58.