Zaailingen van opvolgersoorten als beuk, esdoorn, linde en hazelaar worden
eerder gegeten dan vogelkerszaailingen. Een hoge dichtheid aan grazers versterkt de
concurrentiepositie van vogelkerszaailingen ten opzichte van andere pionierboomsoorten
en hindert de vestiging van de meeste opvolgersoorten. Wanneer opvolgersoorten eenmaal een belangrijk aandeel in het kronendak hebben, is de zaaddruk van deze soorten zo groot dat voldoende individuen de vraat overleven en zich vestigen voordat er voldoende licht aanwezig is voor het overleven van de vogelkers.