In de dichte fase werpt de vogelkers veel schaduw op de bosbodem. De meeste
boomsoorten, en zeker de lichtboomsoorten den en eik, kunnen zich hier dan niet
vestigen; alleen zeer schaduwtolerante boomsoorten als beuk, linde en taxus maken hier een kans. Met het ouder worden van de opstand wordt het kronendak
van vogelkers steeds ijler. In de stakenfase is er voldoende licht voor verjonging
van minder schaduwverdragende soorten als esdoorn, hazelaar en tamme kastanje.
In de boomfase kunnen ook wintereik, lijsterbes en douglas zich vestigen voordat er
onder vogelkers voldoende licht aanwezig is voor verjonging van de vogelkers zelf.