Op vergelijkbaar moedermateriaal zijn bosbodems onder vogelkers over het
algemeen rijker dan onder grove den of eik. De oorzaak hiervoor ligt in het rijkere
strooisel van vogelkers. Vogelkers neemt voedingsstoffen op dankzij een intensieve
doorworteling van de strooisellaag en het humushoudende deel van de bodem. Deze
goede doorworteling brengt meer nutriënten via het bladstrooisel naar de oppervlakte
122. Vogelkers is daarnaast in staat leem- en/of kalkhoudende lagen in de ondergrond
te ontsluiten. Door middel van zinkerwortels kan vogelkers de bodem meters diep
ontsluiten (zie link) 38. De meest voorkomende boomsoorten op de hogere zandgronden (eik, den en beuk) hebben relatief slecht afbreekbaar strooisel en werken verarmend op de bosbodem. Vogelkers heeft daarentegen, net als linde, esdoorn, hazelaar, vuilboom en lijsterbes, basenrijk en goed afbreekbaar strooisel met een positieve invloed op de bodemontwikkeling. Vogelkers maakt bovendien een grote hoeveelheid bladeren aan. Zelfs in de onderetage produceert de boom een bladoppervlak dat dubbel zo groot is als dat van de grove den erboven. Een goed ontwikkelde vogelkersstruiklaag onder grove den levert meer dan 2 ton bladstrooisel (droge stof) per hectare 124. Recent onderzoek toont aan dat de flux aan basische kationen via strooisel in een dennenbestand met een dichte onderetage van vogelkers ongeveer 2 x hoger is dan zonder vogelkers 125.

Een snelle strooiselafbraak wordt bepaald door een hogere pH, een lagere C/N-verhouding, en een hoge nutriëntenconcentratie 126. De pH in de bovengrond lijkt onder invloed van de aanwezigheid van vogelkers toe te nemen. Uit een Belgische studie blijkt de pH in de bovenste 10 cm van de bodem in een dennenbos met vogelkers hoger te
zijn dan zonder vogelkers (pH 5,05 versus 4,66). Bovendien blijkt de concentratie van
het giftige aluminium significant lager (0,35 meq/100 g versus 1,00 meq/100 g) 122.

Het strooisel van de vogelkers heeft een lage C/N-verhouding. Dat wil zeggen dat ten
opzichte van de aanwezige koolstof (C) er veel stikstof (N) aanwezig is. Voor vogelkersbladeren ligt de C/N-verhouding op 20 tot 30 58, 79, 127-131, voor grove den in de Kempen rond de 50 79, 132. Dit hoge stikstofgehalte in vogelkersbladeren leidt tot een lagere C/Nverhouding in het strooisel en een grotere hoeveelheid stikstof in zowel de organische als de minerale bodem 58. Dit is een belangrijke oorzaak van het positieve effect van het strooisel van vogelkers op de omzetting van humus tot door planten opneembare voedingsstoffen.

Tegelijkertijd blijkt in bossen waarin vogelkers voorkomt minder stikstof – in de vorm
van nitraat – uit te spoelen naar het grondwater dan wanneer vogelkers niet voorkomt.
De vogelkers houdt, dankzij de intense doorworteling van de bodem, de aanwezige
stikstof in het ecosysteem 71. Naast stikstof is het strooisel van de vogelkers ook rijk
aan andere essentiële voedingsstoffen als fosfor (P), kalium (K), calcium (Ca) en magnesium (Mg) 128, 133. Recent onderzoek toont aan dat de concentratie van basische kationen vergelijkbaar is met deze in vuilboom en lijsterbes, waarbij de Ca-concentratie
relatief laag is in vogelkersstrooisel, maar de K- en Mg-concentraties hoger zijn dan bij
vuilboom en lijsterbes (Joos, 2012).

Belangrijker dan de aanwezigheid van voedingsstoffen in het strooisel en de bodem
is de beschikbaarheid van voedingsstoffen voor de planten. Goede indicatoren voor
deze beschikbaarheid zijn de kation uitwisseling capaciteit (CEC) en de basenverzadiging
(Bs = [Ca] + [K] + [Mg])/CEC). Uit Belgisch onderzoek blijkt een significant hogere
(92,5% versus 75,2%) basenverzadiging onder vogelkers 122. Een recent Nederlands
onderzoek naar de invloed van aanwezigheid van vogelkers op de humusvorm bevestigt
deze onderzoeksresultaten; de pH neemt toe, zowel in de strooisellaag als in de
bovengrond. Deze toename geldt tevens voor de CEC en de basenverzadiging, belangrijke
maten voor beschikbaarheid van voedingsstoffen 135.
Het rijke strooisel van de vogelkers zorgt ook voor een dunnere strooisellaag 135. Hierdoor verjongen schaduwverdragende soorten zich makkelijker onder
vogelkers. Een dikke strooisellaag is voor veel boomsoorten een belangrijke hindernis
bij het kiemen. De kiemwortel is dan niet in staat voldoende diep in de minerale
bodem te wortelen waardoor de zaailing bij droogte uitdroogt.