De kieming van het zaad vindt plaats tussen eind april en half september
maar voornamelijk rond eind mei 85. Om te kiemen heeft het zaad geen licht nodig,
wel minstens vier maanden vochtige en zuurstofrijke omstandigheden voorafgaand
aan de kieming 38, 65, 77, 87. Vocht is belangrijk bij het kiemen van vogelkers. Zaden
die 5 tot 10 cm diep begraven liggen, hebben een grotere kans om tot zaailingen uit
te groeien, waarschijnlijk vanwege de lagere kans op uitdroging 92. Bodembewerking
bevordert dan ook het kiemen van de zaden 87, 93. Vogelkers vestigt zich ook makkelijker
bij aanwezigheid van een strooisellaag waarin de zaden bedekt worden door
bladeren dan op een kale, minerale bodem 94. Wanneer zaden enkele maanden te nat
zijn geweest, kiemen zij niet meer 93, waarschijnlijk als gevolg van zuurstofgebrek. Dit
biedt een mogelijke verklaring waarom er zelden vogelkersverjonging waargenomen
wordt in natte bossen 36, 38, 64, 95.
Ook schaduw helpt bij het behoud van het vochtgehalte 87, 92, 93: kiemplanten overleven
het best bij een scherm van 50-70%. Een opener scherm doet de kansen afnemen
en de overlevingskans is het laagst bij vol zonlicht 92.
Zaden die het maag-darmkanaal van vogels of zoogdieren gepasseerd zijn, hebben een
hoger kiemingspercentage 36, 65, 80, 96. Herkauwers vormen hierop een uitzondering;
zaden in hun uitwerpselen lijken helemaal niet meer te kiemen 97. Bij voldoende licht groeien kiemplanten 5-10 cm in de eerste 30 dagen 98. In dichte schaduw groeien kiemplanten 3 cm per jaar totdat ze door lichtgebrek sterven 38, meestal na 2 jaar 99.