Vogelkers heeft voor een succesvolle vestiging en overleving relatief veel
licht nodig. Minder dan grove den en berk maar veel meer dan beuk, linde, esdoorn,
haagbeuk (Carpinus betulus) of hazelaar. In afwachting van het zeldzame moment dat
deze lichthoeveelheid zich op de bosbodem voordoet, tracht de plant te overleven. De
kiemplant overleeft in zeer donkere situaties 2 jaar. Zaailingen overleven 3 tot 5 jaar
bij ongeveer 5% van het daglicht 77, 92. Bij een lichthoeveelheid tot 10% overleven sommige zaailingen 6 à 7 jaar 33, 34. Doordat er steeds weer opnieuw zaailingen bijkomen, blijft de zaailingenbank in stand en lijkt het of de zaailingen langer overleven. De hoogte van deze zaailingenbank ligt tussen de 10 en 25 cm 32, 34, 92, 100. Vogelkers overleeft niet in de onderetage zonder forse openingen in het kronendak 38. Zaailingen
groeien het snelst in vol daglicht vanaf een hoogte van 15 cm en een leeftijd van 2 jaar.
Tot die tijd staan ze best onder scherm 75, 101. Zaailingen groeien beduidend sneller
onder een grovedennenscherm van 25-75% dan onder een grovedennenscherm van 75-100% 32. Bij 50-70% kronenbedekking groeien zaailingen 30 tot 60 cm in 5 jaar 38.
In Amerika wordt dan ook geadviseerd om het scherm boven zaailingen hoger dan 1 m
volledig te verwijderen voor een optimale groei 102.
De kroon van de zomereik veroorzaakt meer schaduw dan die van de grove den 103.
Hierdoor vestigt vogelkers zich minder makkelijk onder eik dan onder den 70. De groei
van zaailingen die te laat voldoende licht krijgen, haalt na vrijstelling niet meer het
niveau van zaailingen die in vol daglicht opgegroeid zijn 104, 105. Vogelkers wordt in de
VS dan ook verjongd door groepenkap 53 of onder scherm 98.