De zaaddruk van opvolgersoorten en die van vogelkers, de hoeveelheid licht en de graasdruk zijn de vier belangrijkste factoren die de ontwikkeling van de vogelkerspopulatie sturen. Afhankelijk van het samenspel tussen deze factoren kan er een verschillend bos ontstaan: een tijdelijke climax met vogelkers, een structuurarm open bos of een weerbaar bos. De vogelkers kan zich als climax soort gedragen, wanneer in een bos de andere soorten een nog meer uitgesproken pionierkarakter hebben. Echter geleidelijk aan zal het aandeel eik, berk en lijsterbes toenemen ten koste van de vogelkers. De dynamiek in het bos wordt uiteraard ook gestuurd door het beheer, zo worden er in Nederland en Vlaanderen veel structuurarme open bossen in stand gehouden, tegen de natuurlijke bosdynamiek in. Als de natuurlijke bosdynamiek haar gang gaat, zal er een weerbaar bos ontstaan, waarbij de spontane bosontwikkeling niet meer tot dominantie van vogelkers kan leiden. Dit is een bos waarin opvolgersoorten aanwezig zijn, zodat verstoringen niet leiden tot dominantie van vogelkers. Een gebrek aan zaadbomen van opvolgersoorten vertraagt de natuurlijke ontwikkeling van weerbaar bos.