De natuurlijke bosdynamiek leidt in de meeste gevallen tot bos waarin
de vogelkers niet meer dominant wordt; weerbaar bos. Een bos is weerbaar op het
ogenblik dat de spontane bosontwikkeling niet tot dominantie van vogelkers op grote
schaal kan leiden. Groot is hierbij een schaal groter dan de schaal van de verstoring.
Bijvoorbeeld: een stormgat van 1 ha kan bij een hoge vogelkerszaaddruk en een hoge
graasdruk vollopen met vogelkers. Wanneer tussen en onder deze generatie vogelkers
boomsoorten opgroeien die het kronendak op termijn weer van de vogelkers overnemen,
heeft de storm de weerbaarheid van het bos niet doorbroken. Vogelkers functioneert
hier in het systeem als een pionier, vergelijkbaar met berk. Verstoringen kunnen
dus plaatselijk tot een tijdelijke fase vogelkers in het kronendak leiden. De frequentie,
de intensiteit en de schaal van de verstoringen worden in praktijk niet zozeer bepaald
door afstervende bomen, stormen, plagen en bosbranden maar door houtoogst
dan wel omvormingsbeheer. De aanwezige boomsoorten bepalen in sterke mate de
bosontwikkeling die het gevolg is van deze verstoringen. In een structuurrijk bos dat
alleen uit pionierboomsoorten bestaat leiden verstoringen op grotere schaal en voor
langere perioden tot een vogelkersfase, dan in een bos waarin opvolgersoorten aanwezig
zijn. Duurzaam weerbaar bos, bos waarin opvolgersoorten een belangrijk aandeel
hebben, is op de zandgronden nog slechts zeer beperkt aanwezig.
Een gebrek aan zaadbomen en de versnippering van het bosareaal vertragen de natuurlijke
ontwikkeling van weerbaar bos. De opvolgersoorten linde, beuk, esdoorn,
tamme kastanje, veldesdoorn, iep, taxus, hulst en hazelaar vestigen zich hierdoor
slechts langzaam in de huidige pionierbossen, bestaande uit de lichtboomsoorten
den, berk en eik. Een toename van het aandeel zaaddragende opvolgersoorten doet
de huidige aanwezigheid van vogelkers in deze bossen dalen. De aanwezige opvolgersoorten verjongen in de onderetage voordat er voldoende licht aanwezig is voor
de verjonging van vogelkers. De aanwezigheid van vogelkers hindert de vestiging van
opvolgersoorten niet 34.