Introductie van Amerikaanse vogelkers

De vogelkers is een algemene boomsoort in Vlaanderen en Nederland en is vooral bekend als ondergroei of als struik in bosranden. In de herfst kleurt het blad geel, en ’s winters verliest de soort zijn bladeren. De kersen zijn eetbaar. De introductie- en bestrijdingsgeschiedenis begint in de zeventiende eeuw. Toen werd de soort in Europa geïntroduceerd en aangeplant in botanische tuinen en als onderdeel van bosbouwkundige experimenten met exotische boomsoorten. Sinds de introductie destijds is er veel gebeurd. In de jaren vijftig van de vorige eeuw kwam de opvatting naar voren dat de soort bestreden moest worden; wetenschappelijke onderbouwing hiervoor ontbrak maar bestrijding vond op grote schaal plaats. Ecologisch basisonderzoek van de laatste jaren geeft aanleiding onze omgang met vogelkers te herzien.

Problemen bij bestrijding

Er zijn een aantal redenen waarom verwijderden van vogelkers op landschapsschaal niet lukt. De vogelkers draagt vanaf jonge leeftijd zaad en dit zaad is gemiddeld tot 3 jaar kiemkrachtig. Zaailingen kunnen onder een licht kronendak wel tot 60 jaar overleven. Daardoor konden zaailingen zich, in de lichte dennenbossen van de afgelopen eeuw, door het gevoerde beheer steeds weer vestigen. Op dit moment is de soort door massale aanplant en uitbreiding vrijwel overal op de Vlaamse en Nederlandse zandgronden aanwezig.