Problematiek vogelkers in verschillende landschapstypen

Door massale aanplant en uitbreiding is de soort vrijwel overal aanwezig op Vlaamse en Nederlandse zandgronden. In het verleden werd de soort fel bestreden, tegenwoordig laten beheerders de soort vaker met rust. In verschillende landschappen gedraagt de soort zich anders:

-Op heide en droge graslanden vestigt vogelkers zich niet zo makkelijk maar de soort is in deze landschappen vooral lastig op de grens van heide en bos, als in dit bos zaadbomen voorkomen.

-In het halfopen duinlandschap, gedraagt vogelkers zich als pionier, hij vestigt zich in de soortenrijke duingraslanden en overgroeit duindoornstruwelen. Het reliëf en de struwelen bemoeilijken het opsporen en verwijderen van vogelkers.

-Ook in dennen- en eikenbossen op zandgronden gedraagt vogelkers zich als pionier en heeft minder licht nodig dan dennen en berken. In deze soortenarme en weinig gelaagde bossen zijn er weinig concurrenten omdat aanplant of vestiging van opvolgersoorten, zoals beuk, linde of esdoorn, vanwege de arme en droge omstandigheden niet kansrijk is. Het huidige bosbeheer streeft naar structuurrijke, gemengde bossen. Door regelmatig dunnen kunnen ruwe berk, lijsterbes, zomereik en vuilboom zich vestigen. Vogelkers kan dit ook, en vaak veel beter, door de hogere schaduwtolerantie in haar jeugd en de vaak hogere dichtheid aan zaadbomen.

Is vogelkers een bedreiging voor de biodiversiteit in bossen? Dat ligt ingewikkeld. Oude, weinig verstoorde bossen worden beschreven als de meest complexe en soortenrijke ecosystemen op aarde. Een doorgaande successie in onze jonge bossen is dus gewenst. De eerste of tweede generatie dennen-berken-eikenbossen kunnen zich niet verder ontwikkelen naar meer complexe loofbossen vanwege het ontbreken van de zaadbronnen van opvolgersoorten. Hierdoor zijn er geen soorten die het monopolie van vogelkers kunnen doorbreken. Daarbij is een complex bosecosysteem dikwijls niet het beheerdoel. Meer hierover in het onderdeel biodiversiteit.