In het halfopen duinlandschap gedraagt de vogelkers zich ook als pionier. Zij vestigt zich in de soortenrijke duingraslanden en overgroeit duindoornstruwelen waardoor deze afsterven. De aanwezigheid van struiken en bomen bevordert de verbreiding doordat vogels ze als rustpunten gebruiken. Bovendien bemoeilijken het reliëf en de struwelen het opsporen en verwijderen van de vogelkers. Het tegenhouden van de successie naar bos vraagt hier grotere inspanningen dan op de meer open heideterreinen en graslanden.