Deze Nederlandse poging tot herbezinning wordt eind jaren tachtig in de kiem gesmoord door het subsidiëren van vogelkersbestrijding in de Bosbijdrageregeling, een subsidieregeling van de overheid. In Duitsland komt de vogelkersbestrijding rond 1990 voor het eerst op gang, mede gevoed door de dissertatie van Uwe Starfinger 22, gevolgd door Vlaanderen waar in 1994 het grote ‘vogelkersproject’ van start gaat in de bossen van de Antwerpse en Limburgse Kempen. Ondanks een halve eeuw intensieve bestrijding is de vogelkers nu wijder verbreid in het Noordwest-Europese laagland dan aan het eind van de massale introductie. In Nederland is vogelkers te vinden op meer plekken dan ooit, vooral in de provincies Noord-Brabant, Gelderland, Utrecht en Drenthe. In de Vlaamse bossen is de vogelkers rond de jaren negentig van de vorige eeuw de meest frequent verjongende boomsoort 25. De vogelkers heeft een plaats veroverd in de Noordwest-Europese flora en is volledig ingeburgerd.