De roodbruine twijgen zijn slank, rond en glad met kleine, lichtbruine knoppen. Vogelkers is goed herkenbaar aan de grijze streepjes, de zogenoemde lenticellen, dwars op de groeirichting van de twijg en door de sterke amandelgeur die vrijkomt na krabben aan de twijgen of kneuzen van het blad. Jonge stammen en takken hebben een dunne gladde roodbruine schors die later splijt in opvallende schubben met gedraaide randen. Bosbomen hebben een takvrije, vaak iets slingerende stam en slanke takken met hangende uiteinden.