Met de hernieuwde aandacht voor houtteelt wordt er ook weer volop nagedacht
over de kwaliteit en kwantiteit van de bosverjonging, de selectie daarin naar
boomsoort en stamvorm, opsnoeien en tijdig vrijstellen van de gewenste toekomstbomen.
Houtoogst, het verkopen van wat er in het bos gegroeid is, wordt vervangen
door houtteelt; datgene maken wat de grootste meerwaarde heeft. Verder wordt het
opstandgerichte beheer vervangen door een beheer dat is gericht op de kwaliteit van
individuele bomen: het boomgerichte bosbeheer. Het meest consequent uit deze
kwaliteitsslag zich in de beproefde Duitse QD-werkwijze (182, 183). QD staat voor ‘Qualifizieren-Dimensionieren’, een naam die gelijk het basisprincipe van het
concept vangt: ‘Kwalificeren door de opstand gesloten te houden – Dimensioneren
door volledig vrijstellen’. Het komt neer op het dicht op laten groeien van verjongingsgroepen zodat de natuurlijke stamreiniging van potentiële toekomstbomen, opties genoemd, wordt versneld. Het omslagpunt, het moment waarop de toekomstbomen
voor het eerst vrijgesteld worden, ligt bij ¼ van de verwachte boomhoogte. Na deze
vroege selectie volgt het regelmatig volledig vrijstellen ervan zodat de bijgroei zoveel
mogelijk op deze toekomstbomen wordt geconcentreerd. Opsnoeien van toekomstbomen
wordt gericht ingezet. De methode is kostenefficiënt. Duitse beheerders vatten
dit samen door te stellen dat 1 uur werk 1 m³ kwaliteitshout oplevert.