Over de herkomst van de ‘Europese’ Amerikaanse vogelkers deden in het
verleden de vreemdste geruchten de ronde. De parapluvorm die de boom ontwikkelt
in de onderetage leidde tot de veronderstelling dat bij de aanplant minderwaardige
herkomsten gebruikt zouden zijn. Uit recent onderzoek blijkt dat ‘onze’ Amerikaanse
vogelkers genetisch sterk verwant is met de populaties op het Allegheny-plateau, hét
black cherrygebied in de VS, en dat de genetische variatie in beide gebieden vergelijkbaar is 62. Herkomstselectie binnen deze brede genetische variatie heeft in Noordwest-
Europa nog niet plaatsgevonden. Het enige bekende herkomstonderzoek werd in 1982
opgezet door het Franse instituut voor land- en bosbouwonderzoek (INRA). Zij vergeleken
afstammelingen van 30 verschillende goedgevormde vogelkersen uit West Virginia
en Pennsylvania en bekende herkomsten van de zoete kers. Het 2-jarig plantsoen
werd geplant op 5 verschillende groeiplaatsen verspreid over Frankrijk. Het onderzoek
had meerdere doelen waaronder: vergelijking van de groei, stamvorm en takkigheid
tussen de verschillende vogelkersen en zoete kersen. De vogelkersen hebben op arme
bodems een beduidend snellere diktegroei dan de zoete kersen. Ook tussen de verschillende vogelkersherkomsten zijn verschillen waarneembaar. De moederboom heeft invloed op de groeisnelheid, de stamvorm en de takkigheid. In alle vogelkersherkomsten zijn goede stammen te vinden. Een geselecteerde herkomst verhoogt het aantal goede stammen waaruit gekozen kan worden 184.