Amerikaans kersen, de handelsnaam van het hout van de vogelkers, is een
gelijkwaardige vervanger voor het zeldzame Europees kersen (Prunus avium). De kwaliteitseisen voor beide houtsoorten zijn dan ook overeenkomstig. De hoogste prijzen
worden betaald voor recht, dik, noest- en foutvrij hout. Daarnaast is de regelmatigheid van de jaarringopbouw kwaliteitsbepalend en niet de breedte van de jaarringen 189. Deze regelmatige opbouw kan verkregen worden door de toekomstbomen permanent volledig vrij te zetten. In de VS is de meubelindustrie gewend aan de smalle jaarringen van vogelkersen die zonder beheer opgegroeid zijn. Hout met bredere jaarringen wordt gebruikt voor meubels met ‘Cathedral look’, een afwerking waarbij de tekening van het hout sterk naar voren komt. De fineerindustrie heeft daar meestal een voorkeur voor bredere jaarringen. Het hout is dan zachter en makkelijker te snijden.

Niettegenstaande deze voorkeuren is er in de rondhouthandel geen prijsverschil
tussen hout met brede of smalle jaarringen. Fouten in het hout zoals noesten, trekhout
en draaigroei, gaan ten koste van de houtwaarde. In Amerika heeft vogelkers
bovendien last van ‘gumspots’, gomuitvloeiingen in het spinthout, veroorzaakt door
bastkevers. Door te voorkomen dat er tussen juli en januari vers dood vogelkersenhout
in het bos aanwezig is, kan het risico op gumspots drastisch verminderd worden 57. De
verantwoordelijke bastkevers komen, met uitzondering van de kleine vruchtboomspintkever (Scolytus rugulosus), waarschijnlijk nog niet in Noordwest-Europa voor 190.

In Vlaanderen en Nederland is er weinig ervaring met de verkoop van kersenhout in
de kwaliteitsklasse A en B. De beste referentie is de Franse en Duitse prijsvorming. B/C-kwaliteit Amerikaans kersen bracht op de Nederlandse Rondhoutveiling
de afgelopen jaren 70 tot 250 euro op. Dunner hout is alleen waardevol wanneer
het recht en noestvrij is. In het noordoosten van de VS hanteert men voor meubelhout
een doeldiameter op DBH van 45 cm (zie ook Black Cherry)