Vogelkersen in het volle daglicht groeien licht slingerend naar boven. Deze afwijking verdwijnt deels met het dikker worden. Onder schaduwdruk vormen vogelkersen echter een parapluvormige kroon; de welbekende groeivorm uit onze dennenbossen. Deze onderdrukte vogelkers heeft een beperkte diktegroei 34. De diktegroei van een boom wordt hoofdzakelijk bepaald door de hoeveelheid licht die hij kan benutten. Hoe groter de kroon en hoe sterker deze in het volle licht staat, hoe meer diktegroei. Vogelkers met een gezonde, volledig vrijgestelde kroon heeft net als in Amerika de eerste 50 jaar een snelle diktegroei van 1-2 cm per jaar 55, 56, 120. De diktegroei van vogelkersen op arme groeiplaatsen reageert veel sterker op het vrijstellen van de kroon dan die van bomen op rijke groeiplaatsen 56.